Aanpak
Möbius begeleidde Dossche Mills doorheen een gestructureerd traject om een conforme en auditklare carbon footprint te garanderen.
-
Scope en grenzen: Het project startte met de definitie van de organisatorische en operationele grenzen conform het Greenhouse Gas Protocol. Het assessment dekt alle scopes (1, 2 en 3), voor een volledig beeld van de waardeketen. De relevante Scope 3-categorieën werden geselecteerd op basis van de activiteiten van de organisatie.
-
Carbon+Alt+Delete implementatie: Om de complexiteit van dataverzameling over meerdere locaties te beheren, werd het softwareplatform Carbon+Alt+Delete geselecteerd. Gestandaardiseerde datacollectietemplates stroomlijnden het invoerproces, terwijl het platform de emissieberekeningen en de toepassing van correcte emissiefactoren faciliteerde, voor zowel fossiele als land gerelateerde emissies.
-
Methodologische nauwkeurigheid: Möbius paste sectorspecifieke methodologieën toe om de uitdagingen van de sector aan te pakken. Dit omvatte de berekening van emissies voor de "verwerking van verkochte producten" (bv. energie gebruikt door bakkerijen) en het gebruik van gevalideerde emissiefactoren uit databases zoals Agribalyse en Ecoinvent voor de klimaatimpact van tarwe en andere aangekochte grondstoffen.
-
FLAG-differentiatie: Een gedetailleerde analyse splitste de emissies op in FLAG- en niet-FLAG-categorieën, inclusief een beoordeling van landgebruiksverandering (LUC) en landbeheerpraktijken (LM), zodat de baseline voldoet aan de SBTi-doelstellingsvereisten.
Resultaten
De samenwerking leverde een transparante en gedetailleerde broeikasgasinventaris op voor Dossche Mills.
-
Scope 3 domineert: De berekening toonde aan dat 93% van de totale emissies afkomstig is uit de waardeketen (Scope 3). Aangekochte goederen en diensten vertegenwoordigen veruit het grootste aandeel (65%), gedreven door de inkoop van tarwe en andere ingrediënten. De verwerking van verkochte producten door bakkerijen en andere voedingsverwerkers vertegenwoordigt 14% van de totale emissies.
-
FLAG vs. industriële opsplitsing: De analyse bevestigt het belang van de FLAG-richtlijnen: FLAG-emissies vertegenwoordigen 58% van de Scope 3-emissies. Dit onderscheid maakt nauwkeurigere doelstellingen mogelijk.

-
Concrete inzichten: De resultaten brengen duidelijke decarbonisatie-hotspots aan het licht. Het transitieplan moet focussen op leveranciersengagement om agrarische emissies te reduceren, optimalisatie van het upstream transport, en de overschakeling naar hernieuwbare energie voor eigen operaties. Dossche Mills zette hierin al een eerste stap via zijn Terah-programma, waarbij leveranciers actief worden betrokken bij de duurzaamheidstransitie.
Met deze solide basis beschikt Dossche Mills over een helder beeld van zijn grootste emissiebronnen en is het klaar om SBTi FLAG-doelstellingen vast te leggen. Het datacollectie- en berekeningsproces is bovendien zo opgezet dat het de komende jaren autonoom kan worden herhaald en zo jaar na jaar de voortgang meetbaar maakt.
Wilt u ook werk maken van uw klimaatstrategie? Neem dan contact met ons op!
