Wat Wallonië kan leren van de Vlaamse fusiegolven: een fusie is geen besparingsplan

Artikel

Wallonië staat aan de vooravond van een hervormingsgolf die Vlaanderen al een decennium bezighoudt. De Waalse regering werkt aan de integratie van OCMW's en gemeenten, een tweede lichting vrijwillige gemeentefusies wordt financieel aangemoedigd richting 2030.

mergers-wallonia

Mensen samen in één bureau zetten verandert niets. Wat écht telt: een gedeelde visie die politiek én administratie dragen, en de moed om fusie te zien als een investering, niet als een kasstuk.

Wallonië staat aan de vooravond van een hervormingsgolf die Vlaanderen al een decennium bezighoudt. De Waalse regering werkt aan de integratie van OCMW's en gemeenten, een tweede lichting vrijwillige gemeentefusies wordt financieel aangemoedigd richting 2030, en in de zorg- en huisvestingssector is de consolidatiebeweging al volop aan de gang. De verleiding is groot om dit vooral te framen als een besparingsoefening. Dat zou een historische vergissing zijn.

In april brachten we bij Möbius een honderdtal bestuurders en beleidsmakers samen rond één vraag: hoe maak je van een fusie een succesverhaal? De antwoorden van professoren en praktijkmensen waren opmerkelijk eensgezind en rechtstreeks relevant voor elk Waals bestuur dat vandaag nadenkt over samengaan.

Een organogram is geen organisatie

De meest hardnekkige illusie is ook de gevaarlijkste: als we de juiste namen in de juiste vakjes zetten, volgt de rest vanzelf. Uit onderzoek blijkt dat zeven op de tien fusies in het bedrijfsleven mislukken in termen van waardecreatie. Niet omdat de cijfers niet klopten, maar omdat de integratie nooit verder kwam dan het juridische laagje.

In de recente Vlaamse gemeentefusies zien we dit patroon telkens terugkeren: de werkelijke hefboom is niet het organogram, maar wat erachter schuilt. Een nieuw functiehuis dat verschillende loonstructuren verzoent. Een personeelsbehoefteplan dat objectief wordt onderbouwd in plaats van politiek onderhandeld. En, misschien wel het belangrijkste, een bewuste strategie om de ‘wij-zij'-dynamiek tussen de oude entiteiten actief te doorbreken. In de Vlaamse sociale huisvesting, waar meerdere organisaties met verschillende culturen en werkwijzen moesten samensmelten tot één woonmaatschappij, bleek dezelfde les: wacht niet om hete hangijzers op tafel te leggen. Hak deze knopen vroeg in het traject door en gebruik ze als richtingaanwijzers.

Op korte termijn een investering, geen besparing

Dit is waar de politieke verleiding het grootst is. Fusies worden vaak gelanceerd tegen een achtergrond van budgettaire druk, en de beloftes van schaalvoordelen zijn dan ook aantrekkelijk. Maar de eerste jaren na een fusie vergen net méér van een organisatie: harmoniseren van IT, herzien van procedures, investeren in verandermanagement, begeleiden van medewerkers. De efficiëntiewinsten komen pas daarna, én alleen wanneer er een langetermijnvisie achter zit die verder reikt dan besparen.

Prof. Lieven Janssens (UAntwerpen/AMS) pleit in zijn Toekomstvisie voor het Vlaamse binnenlands bestuur voor een nuchter uitgangspunt: schaalvergroting is geen doel op zich, en geen wondermiddel. Ze is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde voor betere dienstverlening. De gemeenten die de vruchten plukken van hun fusie, zijn die welke hun schaalsprong koppelden aan een expliciete ambitie: betere dienstverlening, meer beleidsruimte, sterker strategisch vermogen. Wie enkel besparingen als horizon zag, blijft vaak steken in transitie-moeheid.

Voor Wallonië is de boodschap dubbel. Ja, de integratie van OCMW's en gemeenten kan tot efficiëntiewinsten leiden. Maar wie dat verhaal niet kan koppelen aan een positieve ambitie, een kwalitatiever sociaal beleid, een meer integrale aanpak van kwetsbaarheid, een betere bereikbaarheid voor de burger, zal merken dat het draagvlak snel wegebt.

Visie: een gedeelde opdracht van politiek en administratie

Succesvolle fusies hebben een heldere visie die vóór de fusie politiek wordt uitgesproken en daarna administratief wordt waargemaakt. Wanneer de politiek enkel het kader oplegt en de uitwerking volledig doorschuift, ontstaat een vacuüm dat later tot spanningen leidt. Wanneer omgekeerd de administratie het traject bouwt zonder politieke rugdekking, botst elk moeilijk besluit op kortetermijnoverwegingen.

Dr. Aurélie Tibbaut (ULB, Policy Lab) formuleerde het op ons event scherp: elke herstructurering vertaalt impliciete keuzes, wat optimaliseren we, wat prioriteren we, en voor wie? Die keuzes verdienen het om expliciet te worden gemaakt, en dat is bij uitstek een politieke verantwoordelijkheid. De Waalse regering heeft hier een reële kans: door nu, vóór de tweede golf vrijwillige fusies, een duidelijke visie op het toekomstige lokale bestuur te formuleren, geeft ze lokale besturen een kompas. Zonder dat kompas wordt elke fusie een onderhandeling tussen burgemeesters, in plaats van een bouwsteen voor een sterker bestuurslandschap.

Het ‘hoe' is minstens zo belangrijk als het ‘wat'

Een vierde les verdient aandacht, want ze wordt in het publieke debat te vaak vergeten. Fusies slagen of falen op de klankkleur, niet op de cijfers. In de Vlaamse woonzorgsector zagen we hoe publieke zorgvoorzieningen pas echt konden samensmelten op het moment dat ze durfden benoemen dat ze op verschillende registers speelden: de ene stuurde op efficiëntie, de andere op nabijheid. Pas toen die verschillen bespreekbaar werden, kon er een gedeelde partituur ontstaan. Concreet betekent dat: een toegewijd programmamanagement, ruimte voor de bezorgdheden van medewerkers, en leidinggevenden die als eerste ‘vertalers' van de verandering worden ondersteund. Dat klinkt zacht, maar het is keihard werk, en het bepaalt of een fusie zes jaar later nog leeft of verdwenen is in organisatiemoeheid.

Een Waalse kans

Wallonië heeft een voordeel dat Vlaanderen niet had: het kan leren van een decennium Vlaamse praktijk, met haar successen én haar valkuilen. Dat betekent niet dat het Vlaamse model klakkeloos moet worden overgenomen, de Waalse realiteit is anders, en de Fédération des CPAS heeft terecht vragen gesteld bij de automatische overdraagbaarheid ervan. Maar de onderliggende lessen zijn universeel: geen fusie zonder visie, geen visie zonder politieke moed, en geen succes zonder aandacht voor cultuur, mensen en leiderschap.

De kernvraag voor de Waalse lokale besturen is niet of er meer gefuseerd zal worden. Ze is hoe. En op die vraag hebben we, aan beide zijden van de taalgrens, hetzelfde antwoord: door vandaag de cruciale keuzes te maken die morgen niet meer kunnen wachten.

 

Laura Vanhee is associate partner bij Möbius Business Redesign.

Delphine Morel de Westgavre is senior management consultant bij Möbius Business Redesign.

Möbius organiseerde op 22 april 2026 het event ‘Van fusie tot succesverhaal / Comment réussir une fusion?' met keynotes van Prof. Lieven Janssens (UAntwerpen/AMS) en Dr. Aurélie Tibbaut (ULB, Policy Lab).