Op 13 januari kondigde Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Hilde Crevits een nieuw beleidskader rond vrijwillige gemeentefusies aan. Er werd rekening gehouden met geleerde lessen uit de vorige fusieronden, zowel uit 2019 als 2025. Het evaluatierapport van het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) van de vrijwillige fusies van 2025 vindt u hier terug.
De conceptnota van de Vlaamse Regering vindt u hier.
In dit artikel analyseren we het nieuwe beleidskader rond gemeentefusies en zetten we de belangrijkste wijzigingen op een rij.
1. Financieel kader: schuldovername blijft behouden, nu ook tussenkomst in transitiekosten
Het financiële luik bevat een opvallende vernieuwing. Naast de gekende schuldovername voorziet Vlaanderen voortaan een forfaitair bedrag van €1 miljoen als tussenkomst in transitiekosten. Ook gemeenten kleiner dan 20 000 inwoners zullen hier recht op hebben.
Ook de parameters voor schuldovername wijzigen. De ondergrens om recht te hebben op schuldovername blijft 20 000 inwoners. Het bedrag voor de schuldovername wordt bepaald aan de hand van een getrapte berekening:
- 300 euro per inwoner op de schijf van 1 tot en met 19.999 inwoners
- 400 euro per inwoner op de schijf van 20.000 tot en met 29.999 inwoners
- 500 euro per inwoner op de schijf van 30.000 tot en met 39.999 inwoners
- 400 euro per inwoner op de schijf van 40.000 tot en met 49.999 inwoners
- 300 euro per inwoner op de schijf vanaf 50.000 inwoners
Een fusiegemeente van 20 000 inwoners heeft met het vorige beleid een fusiebonus van 4 miljoen euro ontvangen (€200 per inwoner). Met deze nieuwe regeling zou dit 7 miljoen euro geweest zijn (incl. forfait van €1 miljoen). In vergelijking met het vorige kader rond schuldovername blijkt vooral dat gemeenten met 20.000 tot 30.000 inwoners hier het grootste voordeel uit halen.
Dit blijkt ook uit onderstaande grafiek: we vergeleken het bedrag van de ‘nieuwe’ schuldovername per fusiegemeente met de fusiebonus die gold voor fusies op 1 januari 2025. Het gaat dus om een vergelijking tussen het beleidskader dat ingaat op 1 januari 2031 (incl. een forfait van 1 miljoen euro voor transitiekosten) en het kader van 1 januari 2025:

De garantieregeling voor het Vlaams Gemeentefonds blijft bestaan. Op die manier zal een fusiegemeente nooit minder ontvangen dan de som van de oorspronkelijke besturen.
De fusieoperaties van vorige legislatuur kostten in totaal 273 miljoen euro. Deze legislatuur wordt in de Vlaamse begroting rekening gehouden met een kostprijs van 150 miljoen euro.
Benieuwd hoe Möbius jouw fusietraject kunnen ondersteunen?
Bekijk onze aanpak en referenties of neem vrijblijvend contact op met onze overheidsconsultants.
2. Meer tijd voor de transitie: 2 jaar in plaats van 1 jaar
Lokale besturen zullen hun gezamenlijk fusievoorstel moeten indienen tegen 31 december 2028. Daardoor ontstaat er minstens 2 jaar tussen de definitieve beslissing voor fusie en de effectieve startdatum op 1 januari 2031.
Uit de evaluatie van ABB bleek immers dat de termijn van 1 jaar in veel gevallen te weinig bleek te zijn. De nieuwe timing geeft besturen de ruimte om de fundamenten van de nieuwe organisatie te leggen vóór de effectieve start, zodat de fusie goed kan worden voorbereid.
Ook vanuit Möbius beamen we de noodzaak van een gedegen voorbereidingstraject. In een eerdere blog haalden we enkele cruciale aspecten en onderschatte valkuilen aan, zoals het behouden van talent, het samenbrengen van teams en hun verschillende culturen, verandermanagement en communicatie en draagvlak.
3. Tijdelijke verhoging van het aantal uitvoerende politieke mandaten: beperkt tot 1 extra schepenmandaat
In de vorige regeling waren er in de eerste legislatuur 2 extra schepenen voorzien, in de legislatuur nadien 1 extra schepen.
4. Het ondersteuningsaanbod van ABB wordt verder verfijnd
Onder meer met een draaiboek "voor kwaliteitsvolle en logische vrijwillige fusies" en de ondersteuning door ABB doorheen het fusietraject wordt uitgebreid.
5. Fusie mét en zonder behoud van rechtspersoonlijkheid
Het nieuwe decreet zal voorzien in twee scenario’s:
- de klassieke fusie, waarbij een volledig nieuw bestuur ontstaat
- de fusie met behoud van rechtspersoonlijkheid, waarbij één gemeente juridisch blijft bestaan en de andere daarin “inkantelt”
In 2025 kozen 9 van de 13 fusiegemeenten voor de tweede optie, omdat ze een aantal administratieve lasten beperkt: ondernemings- en btw-nummers blijven behouden, erkenningen blijven gelden, en IT-migraties worden beperkt. Vanuit de Vlaamse Regering wordt dit scenario nu ook in het organieke decreet uitgewerkt. In het evaluatierapport van ABB lezen we dat 4 respondenten hiervan voorstander zijn, 6 hebben een neutrale houden en 1 respondent gaf aan tegen te zijn: dit scenario maakte het voor de eigen organisatie “alleen maar ingewikkelder”.
6. Verder onderzoek naar fusies tussen een faciliteitengemeente en 'taalhomogene' gemeente
Niet in de conceptnota, maar wel aangekondigd in de commissie Binnenlands Bestuur van het Vlaams Parlement: de minister zal bijkomend onderzoek instellen naar mogelijke fusies tussen taalgrensgemeenten (faciliteitengemeenten) en een 'taalhomogene' gemeenten.